Arbo en verzuim, mens en organisatie, meno, MenO, Uden

"Duurzame inzetbaarheid"
Logo mens en organisatie, MenO, Uden, Janine Ontwerpt, www.janineontwerpt.nl
Eugène Mennega

Verzuim: een mix van oorzaken

30 juni 2017

Eugène Mennega, HR-jurist bij MenO

De dagelijkse praktijk op het vlak van arbo en verzuim wordt helaas gekenmerkt door toenemende complexiteit. Een toenemende complexiteit omdat het verzuim veelal niet het gevolg is van één duidelijke oorzaak, ‘het gebroken been’, maar van een soms ingewikkelde mix van oorzaken.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Oorzaken die betrekking kunnen hebben op:

  • de omgeving van de persoon, bijvoorbeeld het werk of de privésituatie thuis;
  • de persoon zelf, bijvoorbeeld een combinatie van lichamelijke én psychische klachten maar ook de eigen persoonlijkheid.

We hebben in een mooi woord toenemend te maken met ‘multi-causaal verzuim’.

Integrale aanpak: een must
Wanneer verschillende oorzaken samenkomen dan ligt het voor de hand om voor een integrale, samenhangende aanpak te kiezen in het begeleidingsproces naar re-integratie. Dat betekent dat meerdere professionals gezamenlijk één oplossing formuleren en nastreven. Geen los zand-gebeuren van professionals die binnen hun eigen vakgebiedje blijven en wegkomen met ‘ik heb mijn ding gedaan’. Nee, professionals moeten zorgvuldig met elkaar afstemmen in het belang van de organisatie maar zéker ook in het belang van de betrokken mens.

Integrale aanpak: de rol van een arbeidsrechtjurist
Het begint voor mijzelf met grensoverschrijdende inhoudelijke kennis. Kennis over de (mogelijke) rol van de verschillende experts. Om effectief deel uit te maken van een team is het van belang dat je weet over welke kennis en ervaring andere teamleden beschikken en wat andere teamleden dus (kunnen) doen. Wanneer een medewerker zich bijvoorbeeld ziek meldt na een voor hem onbevredigend beoordelingsgesprek, is het op zijn minst handig dat ik zicht heb op de plancyclus waarvan het gesprek deel uitmaakt. Maar ook dat ik een goed beeld heb van de betrokken functie en de competenties die nodig zijn om de functie succesvol te vervullen. Dat maakt het overleg met de verzuimspecialist van MenO efficiënter en effectiever. Wanneer er twijfels zijn of de medewerker wel ‘echt’ ziek is dan is het van belang dat ik in gesprek kan gaan met een bedrijfsarts op basis van o.a. de STECR-werkwijzer arbeidsconflicten – met respect voor de onafhankelijke positie van die bedrijfsarts. In zo'n overleg kunnen de bedrijfsarts en ik de mogelijke scenario’s bespreken die aan de orde zijn als de arts oordeelt dat de medewerker niet ziek is. Mocht de medewerker tegen het oordeel van de bedrijfsarts in thuisblijven, dan kan ik opnieuw in overleg met de verzuimspecialist vaststellen welke stappen in deze specifieke situatie de meeste kans op succes bieden. Bij de ene medewerker zal een goed gesprek een passende vervolgstap zijn, bij een andere medewerker een brief waarin met een sanctie wordt gedreigd.

Als arbeidsrechtjurist ben ik binnen de benadering van MenO eigenlijk meer de HR-jurist:  generalist over het volledige HR-speelveld en specialist op het vlak van arbeidsrecht.

De nieuwe wetgeving: goed of goed bedoeld?
Net zoals bij de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) lijkt ook de nieuwe Arbowet gebaseerd op ‘goede bedoelingen’ en – met alle respect – een beroerde uitvoering. Medewerkers krijgen extra rechten en mogelijkheden, zoals de second opinion. Ik verwacht dat dit wel eens een  averechts effect kan hebben. Het wordt immers erg gemakkelijk om voorbij te gaan aan de mogelijkheden die medewerkers hebben om zélf (meer) invloed uit te oefenen op hun verzuim. Zeker als jurist weet ik één ding zeker: mensen maken regels maar regels maken geen mensen.